Hulp en informatie
Veelgestelde vragen
Hier vind je antwoorden op veelgestelde vragen over Hulphondkaart.nl, hulphonden en het beleid van organisaties.
De termen hulphond en assistentiehond worden in Nederland vaak door elkaar gebruikt. Met beide termen wordt een hond bedoeld die een persoon met een beperking ondersteunt bij het dagelijks functioneren.
In juridische, beleidsmatige en professionele teksten wordt vaak de term assistentiehond gebruikt. In het dagelijks taalgebruik is hulphond voor veel mensen bekender en directer herkenbaar. Daarom gebruikt Hulphondkaart.nl voornamelijk de term hulphond.
Daarmee wordt geen onderscheid gemaakt tussen verschillende soorten werkende honden. Onder de term hulphond vallen op deze website bijvoorbeeld geleidehonden, signaalhonden, ADL-hulphonden, medische detectie- en signaleringshonden en honden die ondersteuning bieden bij psychische of neurologische beperkingen.
Voor de vraag of iemand recht heeft op een doeltreffende aanpassing is niet de gekozen benaming doorslaggevend. Het gaat om de functie die de hond voor de persoon met een beperking vervult en om de concrete omstandigheden.
Waar op Hulphondkaart.nl het woord hulphond wordt gebruikt, kan daarom in het algemeen ook assistentiehond worden gelezen.
Een hulphond is een speciaal opgeleide hond die iemand met een beperking ondersteunt bij het dagelijks functioneren. De hond is geen huisdier tijdens het werk, maar een hulpmiddel dat de zelfstandigheid, veiligheid en participatie van de gebruiker vergroot.
Afhankelijk van de behoefte kan een hulphond onder meer helpen bij mobiliteit, het openen van deuren, het oprapen van voorwerpen, het signaleren van medische situaties zoals epilepsie of diabetes, het waarschuwen voor geluiden of het bieden van ondersteuning bij een psychische of neurologische aandoening.
Welke taken een hulphond uitvoert, verschilt sterk per gebruiker. Niet iedere beperking is zichtbaar en ook niet iedere hulphond doet hetzelfde werk. Juist daarom is het belangrijk om niet uit te gaan van aannames over wat een hulphond wel of niet zou moeten kunnen.
Het uiteindelijke doel van een hulphond is om iemand zo zelfstandig mogelijk te laten deelnemen aan de samenleving.
Een hulphond kan ondersteuning bieden aan mensen met uiteenlopende handicaps of chronische ziekten. Veel mensen denken daarbij direct aan een blindengeleidehond, maar in de praktijk worden hulphonden voor veel meer vormen van ondersteuning ingezet.
Zo kunnen hulphonden onder meer worden ingezet voor mensen met een visuele of auditieve beperking, een lichamelijke beperking, epilepsie, diabetes, autisme, PTSS, niet-aangeboren hersenletsel (NAH) of andere lichamelijke of psychische aandoeningen waarbij de hond een concrete ondersteunende taak vervult.
De aard van die ondersteuning verschilt per persoon. Een hulphond kan bijvoorbeeld waarschuwen voor een medische situatie, helpen bij dagelijkse handelingen, ondersteuning bieden bij mobiliteit, iemand naar een veilige plek begeleiden, hulp halen of ondersteuning bieden bij overprikkeling, angst of dissociatie. Welke taken de hond uitvoert, is volledig afhankelijk van de individuele behoeften van de gebruiker.
Niet alle beperkingen zijn zichtbaar. Iemand die ogenschijnlijk gezond lijkt, kan toch afhankelijk zijn van een hulphond. Het ontbreken van een zichtbare handicap zegt daarom niets over de noodzaak van de hond.
Het gaat uiteindelijk niet om de diagnose, maar om de functionele ondersteuning die de hulphond biedt. Daarom bestaan er ook verschillende soorten hulphonden en kan de invulling van hun werkzaamheden sterk verschillen.
Er bestaat in Nederland geen centrale autoriteit die bepaalt welke honden wel of geen hulphond zijn. Ook bestaat er geen landelijke registratie of overheidsinstantie die alle hulphonden certificeert.
Organisaties zoals Hulphond Nederland, KNGF Geleidehonden, Stichting Hulphond, Bultersmekke Assistancedogs, KynoCoach en andere opleidingsorganisaties zijn deskundig op het gebied van het opleiden van hulphonden. Zij vertegenwoordigen echter hun eigen organisatie en zijn geen onafhankelijke toezichthouder of landelijke autoriteit.
Voor juridische vragen over gelijke behandeling zijn uiteindelijk de wet, de rechtspraak en de oordelen van het College voor de Rechten van de Mens leidend.
Hulphondkaart.nl is geen opleidingsorganisatie. Het platform verzamelt en publiceert onafhankelijk informatie over het hulphondbeleid van bedrijven en organisaties, zodat hulphondgebruikers en ondernemers vooraf weten waar zij aan toe zijn.
De belangrijkste Nederlandse wettelijke basis is de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte, vaak afgekort als Wgbh/cz.
Deze wet verbiedt onderscheid bij onder meer het aanbieden van goederen en diensten. Het verbod houdt ook in dat naar gelang de behoefte doeltreffende aanpassingen moeten worden verricht, tenzij die een onevenredige belasting vormen.
Het toelaten van een assistentie- of hulphond kan zo’n doeltreffende aanpassing zijn. Daarnaast is het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap van belang.
Of een uitzondering gerechtvaardigd is, moet steeds op basis van de concrete omstandigheden worden beoordeeld.
Mensen met een hulphond moeten in beginsel toegang krijgen tot publiek toegankelijke locaties. Alleen in bijzondere situaties kan een beperking gerechtvaardigd zijn.
Ja. De regels over gelijke behandeling gelden niet alleen voor overheden. Ook particuliere ondernemingen en organisaties die goederen of diensten aanbieden, moeten mensen met een handicap of chronische ziekte gelijk behandelen.
Dit kan onder meer gelden voor winkels, horeca, hotels, recreatiebedrijven, vervoerders, zorgverleners, kantoren en dienstverleners.
Dat een onderneming privébezit is, betekent dus niet dat zij vrij is om hulphonden zonder individuele beoordeling te weigeren.
Nee. Dat bezoekers alleen op afspraak komen, maakt geen verschil voor de wettelijke verplichting om mensen met een hulphond in beginsel toe te laten.
Of een locatie vrij toegankelijk is of uitsluitend op afspraak werkt, is niet bepalend. Wanneer een organisatie goederen of diensten aanbiedt aan het publiek of aan een bepaalde doelgroep, geldt de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (Wgbh/cz) in beginsel ook daar.
Dat betekent dat ook praktijken, kantoren, salons, showrooms, makelaars, notarissen, zorgverleners en andere organisaties die uitsluitend op afspraak werken, hulphonden normaal gesproken moeten toelaten.
Alleen wanneer in een concreet geval een objectieve en zwaarwegende reden bestaat waardoor de hulphond redelijkerwijs niet mee kan, kan daarvan worden afgeweken. Het enkele feit dat uitsluitend op afspraak wordt gewerkt, is daarvoor geen geldige reden.
Ook een franchisenemer of zelfstandig geëxploiteerde vestiging moet zelf de wet naleven. Een ondernemer kan zich niet aan de verplichting tot gelijke behandeling onttrekken omdat het hoofdkantoor geen beleid heeft vastgesteld.
Een landelijke formule doet er verstandig aan één duidelijk hulphondbeleid vast te leggen en dit ook met franchisenemers te communiceren.
Wanneer de vestiging juridisch zelfstandig is, kan zij zelf verantwoordelijk zijn voor een onterechte weigering. Afhankelijk van de omstandigheden kan ook de landelijke organisatie een rol spelen.
Er bestaat in Nederland geen landelijk voorgeschreven uiterlijk, uniform pasje of centrale openbare registratie waarmee een medewerker iedere hulphond direct kan controleren.
Let daarom vooral op de feitelijke situatie. De hond begeleidt een persoon met een beperking, staat onder controle en is getraind om ondersteuning te bieden. Een dekje, tuig, pasje of verklaring kan behulpzaam zijn, maar het ontbreken daarvan bewijst niet dat het geen hulphond is.
Bij twijfel kunt u op een respectvolle manier het gesprek aangaan. De hulphondgebruiker is echter niet wettelijk verplicht om uit te leggen welke taken de hond uitvoert of welke beperking hij of zij heeft. Veel hulphondgebruikers zullen desgevraagd vrijwillig een toelichting geven om misverstanden te voorkomen, maar dit kan niet als algemene voorwaarde voor toegang worden gesteld.
Beoordeel een verzoek altijd individueel en voorkom dat zichtbare herkenning als enige toelatingsvoorwaarde wordt gebruikt.
Nee. In Nederland bestaat geen wettelijke verplichting dat een hulphond een dekje, tuig, hesje of andere zichtbare herkenning draagt.
Veel hulphonden dragen in de praktijk een dekje of tuig met de tekst "Hulphond", "Assistentiehond" of de naam van de opleider. Dat kan helpen om misverstanden te voorkomen, maar het is een keuze van de gebruiker en geen wettelijke eis.
Er bestaat bovendien geen landelijke registratie, geen verplicht identiteitsbewijs en geen voorgeschreven uiterlijk waaraan een hulphond moet voldoen. Hulphonden kunnen afkomstig zijn van verschillende opleidingsorganisaties of, onder professionele begeleiding, door de gebruiker zelf zijn opgeleid.
Een organisatie mag daarom niet als algemene voorwaarde stellen dat een hulphond alleen welkom is wanneer deze een zichtbaar dekje of tuig draagt. De beoordeling moet altijd plaatsvinden op de feitelijke situatie en niet uitsluitend op de aanwezigheid van herkenningsmiddelen.
In de praktijk beschikken vrijwel alle hulphondgebruikers overigens over een vorm van identificatie, zoals een pasje, certificaat of document van de opleidende organisatie. Zij zijn vaak bereid dit desgevraagd te tonen om eventuele onduidelijkheid weg te nemen, hoewel ook daarvoor geen algemene wettelijke draag- of toonplicht bestaat.
Er bestaat in Nederland geen algemene wettelijke certificeringsplicht voor alle hulphonden. Ook is er geen wettelijk aangewezen organisatie die als enige hulphonden mag opleiden of certificeren.
Veel hulphonden zijn opgeleid door een professionele opleidingsorganisatie. Andere honden worden met begeleiding van een deskundige door de gebruiker zelf opgeleid. De vorm van opleiding kan daardoor verschillen.
Een organisatie mag kwaliteit, gedrag en veiligheid meewegen, maar kan niet zonder meer als algemene toegangseis stellen dat de hond bij één specifieke brancheorganisatie is aangesloten.
Bij twijfel moet de concrete situatie individueel en zorgvuldig worden beoordeeld.
Veel hulphondgebruikers beschikken over een vorm van identificatie en zullen deze desgevraagd vrijwillig tonen. Een organisatie kan dit echter niet als algemene voorwaarde voor toegang stellen.
In Nederland bestaat geen algemeen wettelijk voorgeschreven hulphondenpaspoort en ook geen centrale registratie die voor alle hulphonden geldt. Gebruikers kunnen verschillende vormen van documentatie hebben, bijvoorbeeld van een opleider, trainer of behandeltraject.
Een bewijsverzoek moet redelijk en proportioneel zijn. Het mag niet worden gebruikt als standaarddrempel wanneer al voldoende duidelijk is dat de hond als hulpmiddel wordt ingezet.
De beoordeling blijft gericht op de concrete noodzaak, het gedrag van de hond en eventuele werkelijke veiligheidsrisico’s.
Nee, niet naar een diagnose of uitgebreide medische gegevens. Iemand hoeft niet aan een medewerker uit te leggen welke aandoening, diagnose of medische voorgeschiedenis hij of zij heeft.
Nee. De Amerikaanse ADA-regels gelden alleen in de Verenigde Staten en zijn niet van toepassing in Nederland.
In Nederland geldt onder meer de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (Wgbh/cz) en de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). Een hulphondgebruiker hoeft zijn of haar diagnose of medische achtergrond daarom in beginsel niet met een medewerker te delen.
Wanneer niet duidelijk is waarom een hond wordt meegenomen, mag u wel op een respectvolle manier vragen of de hond vanwege een beperking wordt ingezet en welke ondersteuning of taak de hond vervult. Dat is iets anders dan vragen naar de aard van de handicap of de medische diagnose.
Vraag alleen naar informatie die noodzakelijk is om het verzoek om toegang te kunnen beoordelen.
Dat kan zeker wel. Een hulphond hoeft geen labrador of golden retriever te zijn. Verschillende hondenrassen kunnen geschikt zijn als hulphond, zolang zij beschikken over het juiste karakter, de gezondheid en de benodigde opleiding.
Hoewel labradors, golden retrievers en herders veel voorkomen, worden ook poedels, chiwawa's, kruisingen en andere rassen succesvol ingezet als hulphond. Voor sommige gebruikers is juist een bepaald ras geschikt, bijvoorbeeld vanwege allergieën, het formaat van de hond of de specifieke werkzaamheden die de hond moet uitvoeren.
Het ras van de hond zegt daarom op zichzelf niets over de vraag of het een hulphond is. De beoordeling moet altijd plaatsvinden op de individuele situatie en niet op het uiterlijk van de hond.
In de meeste gevallen nee. Op grond van de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (Wgbh/cz) moeten mensen met een hulphond in beginsel toegang krijgen tot winkels, horecagelegenheden, hotels, zorginstellingen en andere voor publiek toegankelijke locaties.
Een hulphond is geen huisdier, maar een hulpmiddel dat iemand helpt zelfstandig te functioneren. Een algemeen verbod op honden geldt daarom niet automatisch voor hulphonden.
Alleen wanneer er sprake is van een objectieve en zwaarwegende reden, zoals een reëel veiligheids- of hygiënerisico dat niet op een andere manier kan worden opgelost, kan een beperking gerechtvaardigd zijn. Dat moet altijd per situatie worden beoordeeld.
Twijfelt u? Neem dan contact op met Hulphondkaart.nl of raadpleeg het College voor de Rechten van de Mens.
Wanneer u een hulphond weigert, is het verstandig om u ervan bewust te zijn dat dit juridische gevolgen kan hebben. Als de weigering niet objectief kan worden gerechtvaardigd, kan sprake zijn van verboden onderscheid op grond van een handicap of chronische ziekte.
De hulphondgebruiker kan hierover een klacht indienen bij uw organisatie, een melding doen bij Hulphondkaart.nl, een verzoek indienen bij het College voor de Rechten van de Mens of ervoor kiezen de zaak rechtstreeks aan de civiele rechter voor te leggen. Het College kan onderzoeken of sprake is van verboden onderscheid en daarover een juridisch oordeel uitspreken. De civiele rechter kan onder meer een verbod, gebod of schadevergoeding opleggen.
Daarnaast kan discriminatie in de uitoefening van een ambt, beroep of bedrijf onder omstandigheden ook strafbaar zijn. Artikel 429quater lid 2 van het Wetboek van Strafrecht stelt strafbaar het zonder redelijke grond handelen of nalaten waardoor personen met een handicap niet op gelijke voet hun rechten en fundamentele vrijheden kunnen uitoefenen. In voorkomende gevallen kan hiervan aangifte worden gedaan bij de politie, waarna het Openbaar Ministerie beslist of strafrechtelijke vervolging plaatsvindt.
Naast de juridische gevolgen kan een weigering leiden tot negatieve publiciteit, klachten op beoordelingsplatforms en reputatieschade. Veel organisaties kiezen er daarom voor hun hulphondbeleid vooraf duidelijk vast te leggen en medewerkers hierover te informeren. Dat voorkomt onduidelijkheid en vervelende situaties aan de deur.
Niet zonder meer. Een allergie is begrijpelijk, maar betekent niet automatisch dat een hulphond mag worden geweigerd.
In veel situaties kan een praktische oplossing worden gevonden, bijvoorbeeld door voldoende afstand te houden, een andere tafel of spreekkamer te gebruiken, een andere medewerker in te zetten of de ruimte goed te ventileren.
Alleen wanneer aantoonbaar geen redelijke oplossing mogelijk is en de aanwezigheid van de hulphond tot een onaanvaardbaar gezondheidsrisico leidt, kan hiervan worden afgeweken. Ook dan moet altijd worden gezocht naar een passende oplossing waarbij zowel de persoon met de allergie als de hulphondgebruiker zo goed mogelijk worden geholpen.
Een algemene regel dat hulphonden niet welkom zijn vanwege mogelijke allergieën is daarom niet toegestaan.
In het algemeen nee. Persoonlijke gevoelens, angst voor honden of de opvatting dat honden vies zijn, vormen op zichzelf geen geldige reden om een hulphond te weigeren.
Een hulphond is speciaal opgeleid om rustig en gecontroleerd te werken. Tijdens het werk blijft de hond normaal gesproken dicht bij zijn gebruiker en veroorzaakt hij zo min mogelijk overlast.
Wanneer een medewerker of bezoeker bang is voor honden, kan vaak een praktische oplossing worden gevonden, zoals meer afstand houden of een andere zit- of werkplek gebruiken. Het uitgangspunt is dat beide belangen zoveel mogelijk worden gerespecteerd.
Alleen in uitzonderlijke situaties, waarin een reële en objectief onderbouwde belemmering bestaat die niet op een andere manier kan worden opgelost, kan een beperking gerechtvaardigd zijn.
Nee. Het is aan de persoon met een beperking om te bepalen welke ondersteuning nodig is. Een begeleider en een hulphond vervullen vaak verschillende taken en zijn niet zonder meer uitwisselbaar.
Een hulphond kan bijvoorbeeld medische signalen herkennen, ondersteuning bieden bij mobiliteit, hulp bieden bij psychiatrische aandoeningen of taken uitvoeren die een begeleider niet continu kan overnemen. Ook wanneer iemand wordt begeleid door een partner, familielid of zorgverlener kan de hulphond dus nog steeds noodzakelijk zijn.
Van iemand verlangen dat hij of zij de hulphond thuislaat omdat er een begeleider aanwezig is, kan in strijd zijn met de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (Wgbh/cz). De keuze welke hulpmiddelen noodzakelijk zijn, ligt in beginsel bij de persoon met de beperking zelf.
Nee. Een algemeen verbod op honden betekent niet dat hulphonden mogen worden geweigerd.
Een hulphond is geen huisdier, maar een hulpmiddel dat iemand in staat stelt zelfstandig deel te nemen aan het maatschappelijk leven. Daarom moeten restaurants, cafés en andere horecagelegenheden hulphonden in beginsel toelaten.
Ook vanuit voedselveiligheid bestaat daarvoor geen algemeen verbod. Hulphonden mogen zich in de gastenruimte bevinden, zolang zij niet in ruimtes komen waar voedsel wordt bereid of waar de normale hygiënevoorschriften dat uitsluiten. Dit geldt ook voor restaurants met zogenoemde 'open keukens' of (zelfbediening)restaurants.
Koninklijke Horeca Nederland (KHN) adviseert haar leden eveneens om hulphonden toe te laten. Volgens KHN vallen hulphonden niet onder het reguliere huisdierenbeleid en zijn zij welkom in horecagelegenheden. Ook de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit stelt dat hulphonden dienen te worden toegelaten tot de gastenruimte(s).
Alleen in uitzonderlijke situaties waarin een objectieve en zwaarwegende reden bestaat, kan een beperking gerechtvaardigd zijn. Een algemeen beroep op "hygiëne" is daarvoor onvoldoende.
U mag vooraf aanmelden als serviceverzoek aanbieden, bijvoorbeeld om een geschikte kamer, zitplaats of praktische begeleiding te regelen.
Een aanmelding mag in beginsel geen algemene voorwaarde voor toegang worden wanneer iemand ook zonder voorafgaande melding gebruik kan maken van uw dienst.
Bij diensten waarvoor iedereen vooraf moet reserveren, mag de hulphond uiteraard bij de reservering worden vermeld. Extra administratieve drempels die alleen voor hulphondgebruikers gelden, moeten noodzakelijk en proportioneel zijn.
Een onverwachte komst met een hulphond moet zo veel mogelijk ter plaatse praktisch worden opgelost.
In beginsel niet. Een hulphond wordt meegenomen als noodzakelijke ondersteuning en niet als huisdier. Een huisdierentoeslag of standaard schoonmaaktoeslag uitsluitend vanwege de hulphond kan daarom verboden onderscheid opleveren.
Normale gebruikssporen en reguliere schoonmaak behoren doorgaans tot de bedrijfsvoering. Alleen bij aantoonbare, concrete en uitzonderlijke schade of vervuiling kan dezelfde regeling worden toegepast die ook voor andere bezoekers geldt.
Reken dus niet vooraf een borg, huisdierentoeslag of verplichte extra schoonmaakkosten uitsluitend omdat iemand een hulphond meeneemt.
Nee, niet als algemene regel. Hulp door een medewerker vervangt de functie van een hulphond niet automatisch.
De hond kan andere taken uitvoeren, medische signalen herkennen of de gebruiker continu veiligheid en zelfstandigheid bieden. Het is aan de gebruiker om aan te geven welke ondersteuning nodig is.
Alleen bij een concrete en zwaarwegende belemmering moet worden onderzocht of tijdelijke scheiding noodzakelijk is. Zoek dan in overleg naar de minst beperkende oplossing en zorg dat de hond veilig kan worden opgevangen.
Een hulphond blijft normaal gesproken op de vloer, naast of onder de stoel van de gebruiker. Een ondernemer mag redelijke huisregels hanteren die voorkomen dat de hond op meubilair zit of een doorgang blokkeert.
Soms is een andere positie nodig vanwege de taak van de hond of de beperking van de gebruiker. Bespreek dan samen welke praktische oplossing mogelijk is.
Een redelijke regel over het gebruik van meubilair mag niet worden gebruikt om de hulphondgebruiker feitelijk de toegang te ontzeggen.
U mag verlangen dat een hulphond onder controle staat. In veel situaties betekent dit dat de hond aangelijnd en dicht bij de gebruiker blijft.
Een vaste aanlijnplicht is echter niet altijd passend. Sommige hulphonden moeten voor hun taak juist los kunnen bewegen, bijvoorbeeld om hulp te halen, een voorwerp op te rapen of tijdens een medische noodsituatie te handelen.
Bespreek bij twijfel welke vorm van controle mogelijk is zonder de hulphond in zijn werk te belemmeren.
Doe dit alleen na toestemming van de gebruiker. Een hulphond is tijdens het werk geconcentreerd op zijn begeleider. Aaien, roepen, oogcontact zoeken of voeren kan de hond afleiden.
Praat daarom met de gebruiker en niet rechtstreeks tegen de hond. Ook wanneer de hond geen dekje draagt, kan hij aan het werk zijn.
Volg altijd de aanwijzingen van de gebruiker over contact met de hond.
Ook een hulphond moet in beginsel onder controle staan en mag geen onaanvaardbare overlast veroorzaken.
Bespreek concreet welk gedrag problemen geeft en geef de gebruiker eerst de gelegenheid om dit te corrigeren. Denk bijvoorbeeld aan aanhoudend blaffen, tegen bezoekers opspringen, voedsel pakken of een doorgang langdurig blokkeren.
Een incidenteel geluid, een waarschuwing die bij de taak van de hond hoort of normale aanwezigheid is niet automatisch overlast.
Alleen wanneer het probleem reëel en ernstig is en niet kan worden opgelost, kan verwijdering in het concrete geval gerechtvaardigd zijn. Weiger niet op basis van verwachtingen of eerdere ervaringen met andere honden.
Een organisatie hoeft geen acuut veiligheidsrisico te accepteren. Wanneer een hond daadwerkelijk agressief gedrag vertoont, mensen bedreigt of niet onder controle kan worden gebracht, mag direct worden ingegrepen.
Beoordeel het feitelijke gedrag van deze hond. Angst voor wat mogelijk zou kunnen gebeuren of een algemeen rasvooroordeel is onvoldoende.
Geef de gebruiker waar dat veilig kan de gelegenheid de situatie te herstellen. Als verwijdering noodzakelijk is, probeer dan ook een redelijk alternatief te bieden zodat de persoon zo veel mogelijk van de dienst gebruik kan blijven maken.
Hulphonden moeten ook in ziekenhuizen en zorginstellingen in beginsel worden toegelaten wanneer zij voor de patiënt of bezoeker een noodzakelijke aanpassing vormen.
Een zorginstelling moet actief en in overleg onderzoeken wat mogelijk is. Een algemeen verbod voor het hele gebouw is meestal te ruim.
Wel kunnen in specifieke ruimtes zwaarwegende redenen bestaan, bijvoorbeeld infectiepreventie, steriliteit, acute behandeling of de veiligheid van patiënt, personeel en hond. De instelling moet zulke uitzonderingen concreet motiveren en zoeken naar een passend alternatief.
Ja, maar alleen wanneer daar een concrete reden voor bestaat. Denk bijvoorbeeld aan sommige operatiekamers, steriele behandelruimtes, intensivecareomgevingen of plekken waar de hond de veilige uitvoering van een behandeling daadwerkelijk belemmert.
Een uitzondering moet zo beperkt mogelijk zijn in plaats, tijd en omvang. Dat een hond in één specifieke ruimte niet kan worden toegelaten, rechtvaardigt geen verbod voor het hele gebouw.
Bespreek vooraf of ter plaatse waar de hond veilig kan verblijven, wie toezicht kan houden en hoe de gebruiker tijdens de tijdelijke scheiding wordt ondersteund.
De belangen van de medewerker zijn belangrijk, maar vormen niet automatisch een reden om de hulphondgebruiker te weigeren.
De werkgever moet onderzoeken of beide belangen met praktische maatregelen kunnen worden verenigd. Denk aan afstand, een andere werkplek, een andere medewerker, een aparte afspraakruimte, ventilatie of aanpassing van de planning.
Alleen wanneer een ernstig en concreet probleem niet redelijk kan worden opgelost, kan een beperking mogelijk gerechtvaardigd zijn. Een algemene verwijzing naar mogelijke allergie of angst is onvoldoende.
Hulphondkaart.nl verzamelt openbaar beleid, reacties van organisaties en meldingen van gebruikers. Een organisatie kan ook zelf haar beleid aan ons doorgeven.
Vermeld daarbij de naam van de organisatie, de betreffende vestiging of vestigingen, het volledige hulphondbeleid en eventuele praktische voorwaarden of uitzonderingen.
Wij kunnen om verduidelijking of onderbouwing vragen voordat informatie wordt gepubliceerd.
Gebruik het meldformulier op Hulphondkaart.nl en beschrijf zo duidelijk mogelijk wat er is gebeurd.
Gebruik het contact- of meldformulier van Hulphondkaart.nl en vermeld duidelijk om welke locatie en welke informatie het gaat.
Stuur waar mogelijk een actuele bron mee, zoals een webpagina, schriftelijke beleidsverklaring of recente correspondentie van de organisatie.
Wij beoordelen de melding en passen aantoonbaar onjuiste of verouderde informatie zo snel mogelijk aan.
Een organisatie kan altijd verzoeken om feitelijke onjuistheden, verouderde gegevens of persoonsgegevens te corrigeren of te verwijderen.
Een vermelding van een publiek toegankelijke locatie en haar hulphondbeleid wordt echter niet automatisch verwijderd uitsluitend omdat de organisatie liever niet op de kaart staat. Hulphondkaart.nl heeft als doel bezoekers vooraf betrouwbare informatie te geven en ervaringen en beleid inzichtelijk te maken.
Een verwijderingsverzoek wordt daarom per geval beoordeeld. Daarbij kijken wij onder meer naar juistheid, actualiteit, privacy, maatschappelijke relevantie en de manier waarop de informatie is verkregen.
Hulphondkaart.nl is ontstaan vanuit de persoonlijke ervaringen van Vince van Domburg, zijn partner Debbie en hun hulphond Elisa.
Debbie is voor haar dagelijks functioneren afhankelijk van haar hulphond. Vince merkte hoe vaak vooraf onduidelijk was of zij ergens welkom waren. Regelmatig moesten zij vooraf bellen of mailen, en soms ontstonden er ter plaatse vervelende discussies. Niet omdat organisaties bewust wilden discrimineren, maar omdat medewerkers vaak simpelweg niet wisten wat de regels zijn of nog nooit met een hulphond te maken hadden gehad.
Daaruit ontstond het idee voor Hulphondkaart.nl: een onafhankelijk platform waarop organisaties hun hulphondbeleid kunnen verduidelijken en waar hulphondgebruikers vooraf kunnen zien waar zij aan toe zijn. Dat voorkomt onzekerheid voor bezoekers én onnodige discussies voor ondernemers en medewerkers.
Wij geloven dat de meeste organisaties mensen met een hulphond graag correct willen helpen. Daarom nemen wij bij onduidelijk of mogelijk onjuist beleid in beginsel eerst contact op met de organisatie. In de praktijk blijkt dat veel organisaties hun beleid vervolgens verduidelijken of aanpassen. Dat zien wij als een gezamenlijke stap naar een toegankelijker Nederland.
Hulphondkaart.nl is geen opleidingsorganisatie, belangenvereniging of overheidsinstantie. Wij verzamelen en publiceren onafhankelijk informatie over het hulphondbeleid van bedrijven en organisaties, zodat bezoekers én organisaties vooraf weten waar zij aan toe zijn.
Wat begon met Vince, Debbie en Elisa, is inmiddels uitgegroeid tot een landelijk initiatief dat iedere dag verder groeit. Ons doel is eenvoudig: een Nederland waarin mensen met een hulphond niet meer hoeven te twijfelen of zij ergens welkom zijn.
Ja, graag zelfs. Hulphondkaart.nl is een onafhankelijk initiatief dat volledig uit eigen middelen is ontstaan. Het verzamelen, controleren en actueel houden van het hulphondbeleid van duizenden organisaties kost veel tijd en brengt ook kosten met zich mee.
Met een financiële bijdrage helpt u ons om de kaart verder uit te breiden, organisaties te benaderen, meldingen te onderzoeken en de informatie actueel te houden. Daarmee draagt u direct bij aan een toegankelijker Nederland voor mensen met een hulphond.
Ook organisaties die ons initiatief een warm hart toedragen, kunnen Hulphondkaart.nl ondersteunen. Sponsoring heeft geen invloed op de inhoud van onze beoordelingen of de informatie die wij publiceren. Onze onafhankelijkheid staat altijd voorop.
Meer informatie over sponsormogelijkheden neem contact op via uitvraag@hulphondkaart.nl
Jazeker. Tijdens het benaderen van duizenden organisaties merken wij dat veel ondernemers graag willen meewerken, maar simpelweg niet weten welke regels voor hulphonden gelden. Daardoor ontbreekt vaak een duidelijk beleid of zijn medewerkers onvoldoende geïnformeerd.
Wij helpen organisaties daarom regelmatig met het opstellen of verduidelijken van hun hulphondbeleid. Daarbij leggen wij uit wat de wet zegt, welke uitzonderingen mogelijk zijn en hoe medewerkers in de praktijk met hulphondgebruikers kunnen omgaan.
Daarnaast zien wij Hulphondkaart.nl als een educatief platform. Met onze veelgestelde vragen, praktijkvoorbeelden en uitleg willen wij niet alleen hulphondgebruikers informeren, maar juist ook ondernemers, medewerkers en organisaties helpen om onnodige discussies en misverstanden te voorkomen.
Ons doel is niet om organisaties af te rekenen, maar om kennis te vergroten. Hoe beter het hulphondbeleid bekend is, hoe minder vaak bezoekers én medewerkers in vervelende situaties terechtkomen.
Ons doel is om uiteindelijk voor iedere publiek toegankelijke organisatie in Nederland duidelijk te maken wat het hulphondbeleid is. Zo hoeven hulphondgebruikers niet meer vooraf te bellen of te mailen om te vragen of zij welkom zijn.
Daarnaast willen wij ondernemers ondersteunen met heldere informatie, praktische voorbeelden en een juridisch juist hulphondbeleid. Daarmee hopen wij eraan bij te dragen dat discussies aan de deur steeds minder voorkomen.
Iedere nieuwe organisatie, iedere verduidelijking van beleid en iedere verbetering brengt ons een stap dichter bij dat doel.