Een hulphond is geen huisdier, maar een hulpmiddel voor iemand met een handicap of chronische ziekte. Een algemeen verbod op honden mag daarom niet automatisch ook op hulphonden worden toegepast.
Op grond van de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte moet een golfbaan in beginsel een doeltreffende aanpassing verrichten, zoals het toelaten van een hulphond. Alleen wanneer toelating in een concreet geval een onevenredige belasting vormt of tot een daadwerkelijk en aantoonbaar veiligheidsprobleem leidt, kan een beperking gerechtvaardigd zijn.
Dat gewone honden niet zijn toegestaan, dat beschadiging van de baan wordt gevreesd of dat andere golfers bezwaar kunnen hebben, is op zichzelf doorgaans onvoldoende voor een algemeen verbod. De golfbaan moet per situatie onderzoeken of praktische afspraken mogelijk zijn.
Daarbij kan bijvoorbeeld worden afgesproken dat de hulphond:
- aangelijnd en onder controle blijft;
- geen hinder veroorzaakt voor andere spelers;
- eventueel gebruikmaakt van een buggy, wanneer dit voor hond en gebruiker passend is;
- bepaalde kwetsbare delen van de baan vermijdt, voor zover dat redelijk en praktisch uitvoerbaar is.
Een golfbaan mag dus redelijke praktische voorwaarden stellen, maar een algemene uitsluiting van alle hulphonden op de volledige golfbaan vereist een concrete en deugdelijke onderbouwing.